Matrifen 25 Ug/h Pleist Transderm 2
Op voorschrift
Geneesmiddel

Matrifen 25 Ug/h Pleist Transderm 2

  € 11,70

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 2,02 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 1,22 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 11,70
Op bestelling

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Patiënten die ernstige ongewenste voorvallen hebben meegemaakt, moeten ten minste 24 uur na verwijdering van de Matrifen-pleister, of langer, uitgaande van de klinische symptomen, worden gecontroleerd, aangezien de serumconcentraties fentanyl geleidelijk afnemen en 20–27 uur later met ongeveer 50% zijn gedaald. Patiënten en hun verzorgers moeten worden ingelicht dat Matrifen een werkzame stof bevat in een hoeveelheid die fataal kan zijn, vooral bij een kind. Daarom dienen alle pleisters buiten het zicht en bereik van kinderen gehouden te worden, zowel voor als na gebruik. Vanwege de risico's, waaronder een fatale afloop, die in verband worden gebracht met onbedoelde inname, verkeerd gebruik en misbruik, moet patiënten en hun verzorgers worden geadviseerd Matrifen te bewaren op een veilige en beveiligde plaats die niet toegankelijk is voor anderen. Opioïdnaïeve en niet-opioïdtolerante toestand Het gebruik van Matrifen bij opioïdnaïeve patiënten wordt in zeer zeldzame gevallen in verband gebracht met aanzienlijke ademhalingsdepressie en/of overlijden indien gebruikt als eerste opioïde therapie, met name bij patiënten die voor niet-maligne pijn worden behandeld. Het risico op ernstige of levensbedreigende hypoventilatie is aanwezig, zelfs wanneer de laagste dosis Matrifen wordt gebruikt bij het opstarten van de behandeling bij opioïdnaïeve patiënten, vooral bij ouderen of patiënten met nier- of leverinsufficiëntie. De aanleg van tolerantie kan individueel sterk verschillen. Aanbevolen wordt om Matrifen te gebruiken bij patiënten van wie reeds is aangetoond dat zij opioïden kunnen verdragen (zie rubriek 4.2). Ademhalingsdepressie Sommige patiënten kunnen aanzienlijke ademhalingsdepressie ervaren bij gebruik van Matrifen; er moet worden geobserveerd of patiënten deze effecten vertonen. Ademhalingsdepressie kan ook na de verwijdering van de Matrifen-pleister voortduren. De incidentie van ademhalingsdepressie neemt toe naarmate de Matrifen-dosis wordt verhoogd (zie rubriek 4.9). Middelen die het centrale zenuwstelsel onderdrukken, kunnen de ademhalingsdepressie versterken (zie rubriek 4.5). Opioïden kunnen slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen veroorzaken, waaronder centrale slaapapneu (CSA) en slaapgerelateerde hypoxie. Gebruik van opioïden vergroot op een dosisafhankelijke wijze het risico op CSA. Overweeg de totale dosis opioïden te verlagen bij patiënten die zich presenteren met CSA. Risico van het gelijktijdige gebruik van middelen die het centrale zenuwstelsel (CZS) onderdrukken, met inbegrip van sedativa zoals benzodiazepines of aanverwante geneesmiddelen, alcohol en CZS�onderdrukkende narcotica Het gelijktijdige gebruik van Matrifen en sedativa zoals benzodiazepines of aanverwante geneesmiddelen, alcohol of CZS-onderdrukkende narcotica kan resulteren in sedatie, ademhalingsdepressie, coma en overlijden. Vanwege deze risico's dient het gelijktijdig voorschrijven met sedativa te worden voorbehouden voor patiënten voor wie er geen alternatieve behandelingsmogelijkheden voorhanden zijn. Indien er wordt besloten om Matrifen gelijktijdig met sedativa voor te schrijven, dient de laagste effectieve dosis worden gebruikt en dient de behandelingsduur zo kort mogelijk te zijn. De patiënten moeten nauwlettend worden opgevolgd voor tekenen en symptomen van ademhalingsdepressie en sedatie. In dit verband wordt de patiënten en hun zorgverleners sterk aangeraden alert te zijn op deze symptomen (zie rubriek 4.5). Chronische longaandoeningen Matrifen kan meer ernstige ongewenste effecten hebben bij patiënten met chronisch obstructieve of andere longaandoeningen. Bij dergelijke patiënten kunnen opioïden de ademhalingsfunctie verminderen en de luchtwegweerstand vergroten. Effecten bij langdurige behandeling en gewenning Bij herhaalde toediening van opioïden kunnen er zich bij alle patiënten gewenning voor de analgetische effecten, hyperalgesie, lichamelijke afhankelijkheid en psychologische afhankelijkheid ontwikkelen, terwijl onvolledige gewenning wordt ontwikkeld voor sommige bijwerkingen zoals constipatie geïnduceerd door opioïden. Met name bij patiënten met chronische niet-maligne pijn is gemeld dat zij mogelijk geen betekenisvolle verbetering van de pijnintensiteit ervaren bij een continue langdurige opioïdenbehandeling. Tijdens de behandeling moet er regelmatig contact zijn tussen de arts en de patiënt om te beoordelen of de behandeling moet worden voortgezet (zie rubriek 4.2). Wanneer wordt besloten dat voortzetting geen voordeel biedt, dient de medicatie geleidelijk te worden afgebouwd om ontwenningsverschijnselen aan te pakken. Stop niet abrupt met Matrifen bij een patiënt die lichamelijk afhankelijk is van opioïden. Na abrupt stoppen met de behandeling of dosisreductie kan het geneesmiddelontwenningsverschijnselensyndroom optreden. Er zijn meldingen dat snelle afbouw van Matrifen bij een patiënt die lichamelijk afhankelijk is van opioïden kan leiden tot ernstige ontwenningsverschijnselen en pijn die niet onder controle is (zie rubriek 4.2 en rubriek 4.8). Wanneer een patiënt niet langer behandeling nodig heeft, is het raadzaam de dosis geleidelijk af te bouwen om ontwenningsverschijnselen tot een minimum te beperken. Het afbouwen van een hoge dosis kan weken tot maanden duren. Het opioïden-geneesmiddelontwenningsverschijnselensyndroom wordt gekenmerkt door enkele of alle van de volgende symptomen: rusteloosheid, traanproductie, rinorroe, gapen, transpiratie, rillingen, myalgie, mydriase en hartkloppingen. Ook andere symptomen kunnen zich ontwikkelen, waaronder prikkelbaarheid, agitatie, angst, hyperkinesie, tremor, zwakheid, insomnia, anorexia, buikkrampen, nausea, braken, diarree, verhoogde bloeddruk, versnelde ademhaling of versnelde hartslag. Opioïdengebruiksstoornis (misbruik en afhankelijkheid) Herhaaldelijk gebruik van Matrifen kan leiden tot een opioïdengebruiksstoornis (opioid use disorder (OUD)). Een hogere dosis en een langere duur van de behandeling met opioïden kunnen het risico op OUD verhogen. Misbruik of opzettelijk verkeerd gebruik van Matrifen kan leiden tot overdosis en/of overlijden. Het risico om OUD te ontwikkelen is verhoogd bij patiënten met een persoonlijke of familiegeschiedenis (ouders of broers of zussen) van middelengebruiksstoornissen (inclusief alcoholgebruiksstoornis), bij huidige tabakgebruikers of bij patiënten met een persoonlijke voorgeschiedenis van andere geestelijke-gezondheidsstoornissen (bijv. ernstige depressie, angst en persoonlijkheidsstoornissen). Vóór aanvang van de behandeling met Matrifen en tijdens de behandeling dienen met de patiënt behandeldoelen en een stopzettingsplan te worden overeengekomen (zie rubriek 4.2). Vóór en tijdens de behandeling moet de patiënt ook worden geïnformeerd over de risico's en tekenen van OUD. Als deze tekenen optreden, moet patiënten worden geadviseerd contact op te nemen met hun arts. Patiënten die met opioïde geneesmiddelen worden behandeld, dienen gecontroleerd te worden op tekenen van OUD, zoals 'drug seeking'-gedrag (bijv. te vroege verzoeken tot verlenging van het voorschrift), met name bij patiënten met een verhoogd risico. Dit omvat de beoordeling van gelijktijdig toegediende opioïden en psychoactieve geneesmiddelen (zoals benzodiazepines). Voor patiënten met tekenen en symptomen van OUD dient consultatie van een verslavingsdeskundige te worden overwogen. Indien stopzetting van opioïden moet plaatsvinden (zie rubriek 4.4). Aandoeningen van het centrale zenuwstelsel, inclusief verhoogde intracraniële druk Matrifen dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten die bijzonder gevoelig zijn voor de intracraniële effecten van CO2-retentie, zoals patiënten met tekenen van verhoogde intracraniële druk, verminderd bewustzijn of coma. Matrifen dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met hersentumoren. Hartziekten Fentanyl kan bradycardie veroorzaken en moet daarom met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met bradyaritmieën. Hypotensie Opioïden kunnen hypotensie veroorzaken, met name bij patiënten met acute hypovolemie. Onderliggende symptomatische hypotensie en/of hypovolemie moeten worden gecorrigeerd voordat behandeling met fentanylpleisters voor transdermaal gebruik kan worden opgestart. Leverinsufficiëntie Omdat fentanyl wordt gemetaboliseerd tot inactieve metabolieten in de lever, kan leverinsufficiëntie leiden tot een vertraagde eliminatie. Als patiënten met leverinsufficiëntie worden behandeld met Matrifen, moeten zij nauwlettend worden geobserveerd op tekenen van fentanyltoxiciteit en moet de dosis Matrifen indien nodig worden verminderd (zie rubriek 5.2). Nierinsufficiëntie Hoewel niet wordt verwacht dat nierinsufficiëntie in een klinisch relevante mate invloed heeft op de eliminatie van fentanyl, is voorzichtigheid toch geboden omdat de farmacokinetiek van fentanyl niet is geëvalueerd in deze patiëntengroep (zie rubriek 5.2). Behandeling dient alleen te worden overwogen indien de voordelen opwegen tegen de risico's. Als patiënten met nierinsufficiëntie worden behandeld met Matrifen, dan moeten zij nauwlettend worden geobserveerd op tekenen van fentanyltoxiciteit en moet de dosis Matrifen indien nodig worden verminderd. Voor opioïdnaïeve patiënten met nierinsufficiëntie gelden aanvullende beperkingen (zie rubriek 4.2). Koorts/toepassing van externe warmte Fentanylconcentraties kunnen toenemen wanneer de huidtemperatuur stijgt (zie rubriek 5.2). Daarom moeten patiënten met koorts nauwlettend worden gecontroleerd op ongewenste effecten van opioïdgebruik en moet de Matrifen-dosis indien nodig worden aangepast. Er bestaat een mogelijkheid van een temperatuur-afhankelijke verhoging van de afgifte van fentanyl door het systeem, wat kan leiden tot mogelijke overdosis en overlijden. Alle patiënten moet worden geadviseerd om de blootstelling van de locatie waar de Matrifen-pleister is aangebracht aan bronnen van rechtstreekse externe warmte te vermijden, zoals warmtekussens, elektrische dekens, verwarmde waterbedden, warmte- of zonnebanklampen, zonnebaden, warmwaterkruiken, langdurige warme baden, sauna's en warme bubbelbaden tijdens het dragen van een pleister, omdat er kans is op een temperatuurafhankelijke toename van de afgegeven hoeveelheid fentanyl uit de pleister. Serotoninesyndroom Voorzichtigheid is geboden wanneer Matrifen wordt gebruikt in combinatie met geneesmiddelen die van invloed zijn op de serotonerge neurotransmittersystemen. De ontwikkeling van een mogelijk levensbedreigend serotoninesyndroom kan voorkomen bij het gelijktijdige gebruik van serotonerge werkzame stoffen zoals selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) en serotonine-noradrenalineheropnameremmers (SNRI's), en met werkzame stoffen die het metabolisme van serotonine verminderen (inclusief monoamine-oxidaseremmers [MAO-remmers]). Dit kan plaatsvinden bij de aanbevolen dosering (zie rubriek 4.5). Serotoninesyndroom kan bestaan uit veranderingen in de psychische toestand (bijvoorbeeld onrust, hallucinaties, coma), autonome instabiliteit (bijvoorbeeld tachycardie, labiele bloeddruk, hyperthermie), neuromusculaire afwijkingen (bijvoorbeeld hyperreflexie, gebrek aan coördinatie, stijfheid) en/of maag-/darmsymptomen (bijvoorbeeld misselijkheid, braken, diarree). Wanneer het serotoninesyndroom wordt vermoed, moet de behandeling met Matrifen worden stopgezet. Interacties met andere geneesmiddelen CYP3A4-remmers Het gelijktijdige gebruik van Matrifen en cytochroom-P450-3A4-remmers (CYP3A4-remmers) kan leiden tot een stijging in de fentanylplasmaconcentratie, wat kan zorgen voor een toename of verlenging van zowel de therapeutische als ongewenste effecten, en kan zorgen voor ernstige ademhalingsdepressie. Daarom wordt het gelijktijdige gebruik van Matrifen en CYP3A4-remmers niet aanbevolen, tenzij de voordelen zwaarder wegen dan het verhoogde risico op ongewenste effecten. Over het algemeen moet een patiënt twee dagen wachten na het stopzetten van de behandeling met een CYP3A4-remmer voordat de eerste Matrifen-pleister wordt aangebracht. De duur van de remming varieert echter, en bij sommige CYP3A4-remmers met een lange eliminatiehalfwaardetijd, zoals amiodaron, of voor tijdsafhankelijke remmers zoals erytromycine, idelalisib, nicardipine en ritonavir, moet deze periode mogelijk langer zijn. Daarom moet eerst de productinformatie van de CYP3A4-remmer worden geraadpleegd voor de halfwaardetijd en de duur van het remmende effect van de werkzame stof, voordat de eerste Matrifen-pleister wordt aangebracht. Een patiënt die wordt behandeld met Matrifen moet ten minste 1 week wachten na verwijdering van de laatste pleister, voordat de behandeling met een CYP3A4-remmer kan worden opgestart. Als gelijktijdig gebruik van Matrifen en een CYP3A4-remmer niet kan worden vermeden, dan moet de patiënt nauwlettend worden gecontroleerd op klachten of symptomen van verhoogde of langdurige therapeutische en ongewenste effecten van fentanyl (met name ademhalingsdepressie), en moet de Matrifen-dosering worden verlaagd of onderbroken wanneer dat noodzakelijk wordt geacht (zie rubriek 4.5). Onopzettelijke blootstelling bij overdracht van pleisters Onopzettelijke blootstelling van een fentanylpleister aan de huid van een persoon die geen pleister draagt (met name bij kinderen) wanneer een bed wordt gedeeld of wanneer nauw fysiek contact bestaat met iemand die een pleister draagt, kan leiden tot een opioïdoverdosis voor de persoon die de pleister niet draagt. Patiënten moeten worden ingelicht dat de pleister onmiddellijk moet worden verwijderd van de huid van de persoon die geen pleister draagt indien onopzettelijke overdracht van een pleister plaatsvindt (zie rubriek 4.9). Gebruik bij oudere patiënten Gegevens uit intraveneus onderzoek naar fentanyl suggereren dat bij oudere patiënten de klaring verminderd kan zijn en de halfwaardetijd langer kan zijn; ook kunnen zij gevoeliger zijn voor de werkzame stof dan jongere patiënten. Als oudere patiënten worden behandeld met Matrifen, dan moeten zij nauwlettend worden geobserveerd op tekenen van fentanyltoxiciteit en moet de dosis indien nodig worden verlaagd (zie rubriek 5.2). Maag-darmkanaal Opioïden verhogen de spanning en verminderen de propulsieve samentrekkingen van de gladde spier van het maag-darmkanaal. De hieruit voortkomende verlenging van de gastro-intestinale passagetijd kan de reden zijn dat fentanyl een constiperend effect heeft. Patiënten moeten worden ingelicht over maatregelen ter preventie van constipatie en het gebruik van profylactische laxeermiddelen moet worden overwogen. Bij patiënten met chronische constipatie is extra waakzaamheid geboden. Wanneer er sprake is van paralytische ileus, of indien dit wordt vermoed, moet de behandeling met Matrifen worden stopgezet. Patiënten met myasthenia gravis Niet-epileptische (myo)klonische reacties kunnen zich voordoen. Voorzichtigheid is geboden bij het behandelen van patiënten met myasthenia gravis. Gelijktijdig gebruik met gemengde opioïdagonisten/-antagonisten Het gelijktijdige gebruik van buprenorfine, nalbufine of pentazocine wordt niet aangeraden (zie rubriek 4.5). Pediatrische patiënten Matrifen mag niet worden gebruikt bij opioïdnaïeve pediatrische patiënten (zie rubriek 4.2). De mogelijkheid van ernstige of levensbedreigende hypoventilatie is altijd aanwezig, ongeacht de dosis Matrifen die transdermaal wordt toegediend. Matrifen is niet onderzocht bij kinderen jonger dan 2 jaar. Matrifen mag uitsluitend worden gebruikt bij opioïdtolerante kinderen van 2 jaar of ouder (zie rubriek 4.2). Ter voorkoming van onopzettelijk inslikken door kinderen moet de locatie van de Matrifen-pleister met zorg worden gekozen (zie rubriek 4.2 en 6.6) en moet de hechting van de pleister regelmatig worden gecontroleerd. Door opioïden geïnduceerde hyperalgesie Door opioïden geïnduceerde hyperalgesie (OIH) is een paradoxale reactie op een opioïde waarbij er een toename is in de pijnperceptie ondanks stabiele of toegenomen blootstelling aan opioïden. Het is anders dan tolerantie, waarbij hogere opioïdendoses nodig zijn om hetzelfde analgetische effect te bereiken of terugkerende pijn te behandelen. OIH kan zich manifesteren als verhoogde pijnniveaus, meer gegeneraliseerde pijn (d.w.z. minder plaatselijk) of pijn veroorzaakt door gewone (d.w.z. niet�pijnlijke) stimuli (allodynie) zonder bewijs voor ziekteprogressie. Als OIH wordt vermoed, dient de opioïdendosis te worden verlaagd of afgebouwd, indien mogelijk.

  • Ernstige chronische pijn die alleen goed kan worden behandeld met opioïde analgetica
  • Langdurige behandeling van ernstige chronische pijn bij kinderen vanaf 2 jaar die een behandeling met opioïden krijgen

De werkzame stof in Matrifen is: fentanyl.

De pleisters zijn verkrijgbaar in 5 verschillende doseringen (zie onderstaande tabel).

Naam van de pleister: Elke pleister bevat: Elke pleister geeft een dosering vrij van: De actieve oppervlakte van iedere pleister is:

Matrifen 12 microgram/uur transdermale pleister 1,38 mg 12 microgram/uur 4,2 cm2

Matrifen 25 microgram/uur transdermale pleister 2,75 mg 25 microgram/uur 8,4 cm2

Matrifen 50 microgram/uur transdermale pleister 5,5 mg 50 microgram/uur 16,8 cm2

Matrifen 75 microgram/uur transdermale pleister 8,25 mg 75 microgram/uur 25,2 cm2

Matrifen 100 microgram/uur transdermale pleister 11 mg 100 microgram/uur 33,6 cm2

De andere stoffen in Matrifen zijn: dipropyleenglycol, hydroxypropylcellulose, dimethicone, adhesieve siliconenlaag (amineresistent), ethyleenvinylacetaat (EVA, afgiftemembraan), polyethyleentereftalaat (buitenste plastieken laag), polyester bedekt met fluoropolymeer (beschermlaag) en drukinkt.

Gebruikt u naast Matrifen nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft en voor kruidenmiddelen. U moet uw apotheker ook laten weten dat u Matrifen gebruikt wanneer u andere geneesmiddelen koopt bij uw apotheek.

Uw arts weet welke geneesmiddelen u veilig kunt nemen in combinatie met Matrifen. Als u de onderstaande geneesmiddelen gebruikt, of wanneer u stopt met het gebruik hiervan, is mogelijk extra toezicht noodzakelijk, aangezien dit van invloed kan zijn op de sterkte van Matrifen die u nodig heeft.

U dient uw arts of apotheker met name in te lichten als u het volgende gebruikt:

 Andere geneesmiddelen tegen pijn, zoals andere opioïde pijnstillers (zoals buprenorfine, nalbufine of pentazocine) en bepaalde pijnstillers tegen zenuwpijn (gabapentine en pregabaline).

 Slaapmiddelen (zoals temazepam, zaleplon of zolpidem).

 Geneesmiddelen die u helpen te kalmeren (kalmeringsmiddelen zoals alprazolam, clonazepam, diazepam, hydroxyzine of lorazepam) en geneesmiddelen voor psychische aandoeningen (antipsychotica zoals aripiprazol, haloperidol, olanzapine, risperidon of fenothiazines).

 Spierverslappers (zoals cyclobenzaprine of diazepam).

 Sommige geneesmiddelen die worden gebruikt voor het behandelen van depressies, de zogenaamde SSRI's of SNRI's (zoals citalopram, duloxetine, escitalopram, fluoxetine, fluvoxamine, paroxetine, sertraline of venlafaxine) – zie hieronder voor meer informatie.

 Sommige geneesmiddelen die worden gebruikt voor het behandelen van depressies of de ziekte van Parkinson, de zogenaamde MAO-remmers (zoals isocarboxazid, fenelzine, selegiline of tranylcypromine). Matrifen mag niet worden gebruikt binnen 14 dagen nadat het gebruik van deze geneesmiddelen is gestaakt – zie hieronder voor meer informatie.

 Sommige antihistaminica, in het bijzonder die soorten die u slaperig maken (zoals chloorfeniramine, clemastine, cyproheptadine, difenhydramine of hydroxyzine).

 Sommige antibiotica die worden gebruikt voor het behandelen van infecties (zoals erytromycine of claritromycine).

 Geneesmiddelen die worden gebruikt voor de behandeling van schimmelinfecties (zoals itraconazol, ketoconazol, fluconazol of voriconazol).

 Geneesmiddelen die worden gebruikt voor de behandeling van hiv-infecties (zoals ritonavir).

 Geneesmiddelen die worden gebruikt voor de behandeling van onregelmatige hartslag (zoals amiodaron, diltiazem of verapamil).

 Geneesmiddelen die worden gebruikt voor de behandeling van tuberculose (zoals rifampicine).

 Sommige geneesmiddelen die worden gebruikt voor de behandeling van epilepsie (zoals carbamazepine, fenobarbital of fenytoïne).

 Sommige geneesmiddelen die worden gebruikt voor de behandeling van misselijkheid of reisziekte (zoals fenothiazines).

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

Als u of uw partner, of verzorger, een van de volgende bijwerkingen opmerkt bij de persoon die de pleister draagt, verwijder dan onmiddellijk de pleister en bel een arts of ga onmiddellijk naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. U heeft wellicht dringend medische hulp nodig.

 Gevoel van ongewone slaperigheid, tragere of oppervlakkigere ademhaling dan verwacht. Volg bovenstaand advies en houd de persoon die de pleister heeft gedragen zo veel mogelijk in beweging en aan de praat. In zeer zeldzame gevallen zijn deze ademhalingsproblemen levensbedreigend of zelfs fataal, vooral bij mensen die nog niet eerder sterke opioïde pijnstillers (zoals Matrifen of morfine) hebben gebruikt. (Soms, kan optreden bij maximaal 1 op de 100 mensen)

 Plotselinge zwelling van het gezicht of de keel, ernstige irritatie, rode huid of blaarvorming. Dit kunnen tekenen zijn van een ernstige allergische reactie. (Frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

 Toevallen (stuipen). (Soms, kan optreden bij maximaal 1 op de 100 mensen)

 Verminderd bewustzijn of verlies van bewustzijn. (Soms, kan optreden bij maximaal 1 op de 100 mensen)

De volgende bijwerkingen zijn ook gemeld

Zeer vaak (kan optreden bij meer dan 1 op de 10 mensen)

 Misselijkheid, braken, constipatie

 Slaperig gevoel (somnolentie)

 Duizeligheid

 Hoofdpijn

Vaak (kan optreden bij maximaal 1 op de 10 mensen)

 Allergische reactie

 Verminderde eetlust

 Slaapproblemen

 Depressie

 Gevoelens van angst of verwarring

 Dingen zien, voelen, horen of ruiken die er niet zijn (hallucinaties)

 Spiertrillingen of spasmen

 Ongewoon gevoel in de huid, zoals tintelend of kriebelend gevoel (paresthesie)

 Draaierigheid (vertigo)

 Hartslag voelt versneld of onregelmatig (hartkloppingen, tachycardie)

 Hoge bloeddruk

 Kortademigheid (dyspneu)

 Diarree

 Droge mond

 Maagpijn of indigestie

 Overmatig zweten

 Jeuk, huiduitslag of rode huid

 Niet in staat te urineren of de blaas volledig te legen

 Zeer vermoeid, verzwakt of algeheel onwel gevoel

 Koud voelen

 Gezwollen handen, enkels of voeten (perifeer oedeem)

Soms (kan optreden bij maximaal 1 op de 100 mensen)

 Onrustig of gedesoriënteerd gevoel

 Extreem blij gevoel (euforie)

 Gevoel of gevoeligheid verminderd, vooral van de huid (hypo-esthesie)

-Matrifen is gecontra-indiceerd bij patiënten met een gekende overgevoeligheid voor fentanyl of voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
-Acute of post-operatieve pijn, omdat dosistitratie niet mogelijk is tijdens kortdurend gebruik en omwille van de kans op ernstige of levensbedreigende hypoventilatie.
-Ernstige ademhalingsdepressie.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van Matrifen bij zwangere vrouwen. Uit dieronderzoek is enige mate van reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Het potentiële risico voor mensen is onbekend, hoewel bekend is dat fentanyl als intraveneus anestheticum bij menselijke zwangerschappen door de placenta gaat. Bij pasgeborenen waarbij de moeder Matrifen chronisch heeft gebruikt tijdens de zwangerschap is het neonataal abstinentiesyndroom gemeld. Matrifen mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt, tenzij het strikt noodzakelijk is. Het gebruik van Matrifen tijdens de bevalling wordt niet aangeraden omdat het middel niet mag worden gebruikt voor de behandeling van acute of postoperatieve pijn (zie rubriek 4.3). Aangezien fentanyl de placenta passeert, kan het gebruik van Matrifen tijdens de bevalling bovendien resulteren in ademhalingsdepressie bij het pasgeboren kind. Borstvoeding Fentanyl wordt uitgescheiden in moedermelk en kan sedatie/ademhalingsdepressie veroorzaken bij een pasgeborene die borstvoeding krijgt. Borstvoeding moet daarom worden gestaakt tijdens behandeling met Matrifen en gedurende ten minste 72 uur nadat de pleister is verwijderd. Vruchtbaarheid Er zijn geen klinische gegevens over de effecten van fentanyl op de vruchtbaarheid. Onderzoeken bij ratten hebben aangetoond dat er sprake is van verminderde vruchtbaarheid en verhoogde sterfte van embryo's bij doses die toxisch waren voor de moederdieren (zie rubriek 5.3).

Volwassenen en kinderen > 2 jaar

  • Individuele dosering (tabellen zie bijsluiter)
  • De pleister(s) na 72 u verwijderen

Gebruiksaanwijzing

  • Een nieuwe pleister aanbrengen na verwijdering van de vorige, en op een andere plaats. Pas na 7 dagen dezelfde plaats opnieuw gebruiken
  • Op niet-geïrriteerde en niet-bestraalde huid ter hoogte van de romp of de bovenarm. Op de bovenrug bij kinderen (om te vermijden dat ze de pleister zelf verwijderen)
  • Het haar op de plaats van toediening (indien geen onbehaarde plaats kan worden gevonden) knippen (niet scheren), vooraleer de pleister aan te brengen
  • Als de plaats van toediening moet worden gereinigd voor het aanbrengen, gebeurt dit het best met zuiver water. Zeep, olie, lotion of elk ander product dat de huid kan irriteren of de eigenschappen ervan kan wijzigen vermijden
  • De huid moet volledig droog zijn vooraleer de pleister kan worden aangebracht
  • Het zakje openen: plooien ter hoogte van de inkeping en openscheuren
  • De beschermfolie verwijderen
  • De pleister gedurende 30 seconden met vlakke hand tegen de huid aandrukken om een volledig contact te garanderen, voornamelijk aan de randen
  • De handen zorgvuldig wassen na applicatie. Baden, douchen en zwemmen zijn toegelaten met de pleister(s)
  • Verwijderen: voorzichtig van de huid trekken, de gebruikte pleister dubbelplooien (met de klevende zijde naar binnen) en weggooien
CNK 2524189
Organisaties ISTITUTO GENTILI
Merken Takeda
Breedte 65 mm
Lengte 68 mm
Diepte 20 mm
Hoeveelheid verpakking 2
Actieve ingrediënten fentanyl
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)