Metformine Viatris 500mg Tabl 60
Op voorschrift
Geneesmiddel

Metformine Viatris 500mg Tabl 60

  € 7,38

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 2,00 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 1,00 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Lactaatacidose: Lactaatacidose, een zeer zeldzame maar ernstige stofwisselingscomplicatie, treedt meestal op bij acute verslechtering van de nierfunctie, cardiorespiratoire ziekte of sepsis. Bij een acute verslechtering van de nierfunctie treedt accumulatie van metformine op en stijgt het risico op lactaatacidose. In geval van dehydratie (ernstige diarree of braken, koorts of verminderde inname van vocht) dient metformine tijdelijk te worden stopgezet en wordt aangeraden contact op te nemen met een arts. Voorzichtigheid is geboden als geneesmiddelen die de nierfunctie acuut kunnen doen verslechteren (zoals antihypertensiva, diuretica en NSAID's) worden gestart bij patiënten die behandeld worden met metformine. Andere risicofactoren voor lactaatacidose zijn overmatig alcoholgebruik, leverinsufficiëntie, onvoldoende gecontroleerde diabetes, ketose, langdurig vasten en alle omstandigheden die verband houden met hypoxie, en daarnaast een gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die lactaatacidose kunnen veroorzaken (zie rubrieken 4.3 en 4.5). Patiënten en/of verzorgers dienen over het risico op lactaatacidose geïnformeerd te worden. Lactaatacidose wordt gekenmerkt door acidotische dyspneu, buikpijn, spierkrampen,

asthenie en hypothermie gevolgd door coma. In geval van verdachte symptomen moet de patiënt de inname van metformine stopzetten en onmiddellijk een arts raadplegen. Diagnostische laboratoriumbevindingen zijn een gedaalde bloed-pH (< 7,35), stijging van de plasmaconcentratie van lactaat (> 5mmol/l) en een stijging van de anion gap en de verhouding lactaat/pyruvaat. Bij vermoeden van metabole acidose moet de toediening van metforminehydrochloride gestopt worden en dient de patiënt onmiddellijk in het ziekenhuis te worden opgenomen (zie rubriek 4.9). Patiënten met een bekende of vermoede mitochondriale ziekte: Bij patiënten van wie bekend is dat ze een mitochondriale ziekte hebben, zoals het MELAS�syndroom (mitochondriale encefalopathie met lactaatacidose en beroerteachtige episodes) en van moederszijde geërfde diabetes en doofheid (maternal inherited diabetes and deafness, MIDD), wordt metformine niet aanbevolen vanwege het risico op exacerbatie van lactaatacidose en neurologische complicaties die kunnen leiden tot verergering van de ziekte. Bij tekenen en symptomen die het MELAS-syndroom of MIDD doen vermoeden na inname van metformine, moet de behandeling met metformine onmiddellijk worden gestaakt en moet onmiddellijk een diagnostische evaluatie plaatsvinden. Nierfunctie: De GFR dient voor de start van de behandeling en vervolgens regelmatig te worden gecontroleerd, zie rubriek 4.2. Metformine is gecontra-indiceerd bij patiënten met een GFR ˂ 30 ml/min en dient tijdelijk te worden stopgezet als er omstandigheden zijn die invloed hebben op de nierfunctie, zie rubriek 4.3. Bij oudere patiënten komt een verminderde nierfunctie vaker voor en is deze asymptomatisch. Bijzondere voorzichtigheid is geboden in situaties waarin kans op een vermindering van de nierfunctie bestaat, bijvoorbeeld aan het begin van een antihypertensieve behandeling, een behandeling met diuretica of bij aanvang van een behandeling met een niet-steroïdaal anti-inflammatoir geneesmiddel (NSAID). Hartfunctie: Patiënten met hartfalen hebben een hoger risico op hypoxie en nierinsufficiëntie. Bij patiënten met stabiel chronisch hartfalen kan metformine gebruikt worden met regelmatige controle van de hart- en nierfunctie. Metformine is gecontra-indiceerd bij patiënten met acuut en instabiel hartfalen (zie rubriek 4.3). Toediening van jodiumhoudende contrastvloeistoffen Intravasculaire toediening van jodiumhoudende contrastmiddelen kan een door contrastmiddelen geïnduceerde nefropathie veroorzaken, met als gevolg accumulatie van metformine en een verhoogd risico op lactaatacidose. De behandeling met metforminehydrochloride moet voor of op het moment van het beeldvormend onderzoek worden onderbroken en mag pas minstens 48 uur na het onderzoek worden hervat, op voorwaarde dat de nierfunctie is gecontroleerd en stabiel is bevonden, zie rubrieken 4.2 en 4.5. Chirurgische ingrepen De behandeling met metforminehydrochloride dient op het moment van chirurgie onder algehele, spinale of epidurale anesthesie te worden onderbroken. De therapie dient niet eerder dan 48 uur na de ingreep of het hervatten van orale voeding te worden hervat, op voorwaarde dat de nierfunctie is gecontroleerd en stabiel is bevonden. Kinderen en adolescenten: De diagnose van type 2 diabetes dient bevestigd te worden alvorens de behandeling met metforminehydrochloride wordt gestart. Er is geen effect waargenomen van metforminehydrochloride op de groei en de puberteit tijdens gecontroleerde klinische studies gedurende een jaar, maar er zijn geen lange�termijngegevens over deze specifieke punten beschikbaar. Daarom wordt een zorgvuldige follow up aangeraden naar het effect van metforminehydrochloride op deze parameters bij kinderen die met metforminehydrochloride behandeld worden, met name bij kinderen die nog niet in de puberteit zijn. Kinderen tussen 10 en 12 jaar: Slechts 15 kinderen tussen 10 en 12 jaar werden geïncludeerd in de gecontroleerde klinische studies uitgevoerd bij kinderen en adolescenten. Hoewel de werkzaamheid en veiligheid van metforminehydrochloride bij deze kinderen niet verschilde van de werkzaamheid en veiligheid bij oudere kinderen en adolescenten, wordt bijzondere voorzichtigheid aangeraden wanneer het wordt voorgeschreven aan kinderen in de leeftijd van 10 tot 12 jaar. Andere voorzorgsmaatregelen:  Alle patiënten dienen door te gaan met hun dieet met een regelmatige verdeling van inname van koolhydraten gedurende de dag. Patiënten met overgewicht dienen hun caloriearm dieet voort te zetten.  De gebruikelijke laboratoriumtests voor controle van de diabetes moeten regelmatig worden uitgevoerd.  Metformine kan het vitamine B12-gehalte in serum verlagen. Het risico van een laag vitamine B12-gehalte neemt toe bij een hogere dosis metformine, een langere behandelingsduur en/of bij patiënten met risicofactoren waarvan bekend is dat ze vitamine B12-deficiëntie veroorzaken. Bij vermoeden van vitamine B12-deficiëntie (zoals anemie of neuropathie), moet het vitamine B12-gehalte in serum worden gecontroleerd. Periodieke controle van vitamine B12 kan nodig zijn bij patiënten met risicofactoren voor vitamine B12-deficiëntie. Behandeling met metformine moet worden voortgezet zolang deze wordt verdragen en niet gecontra-indiceerd is, en er dient een passende corrigerende behandeling voor vitamine B12-deficiëntie te worden gegeven volgens de huidige klinische richtlijnen.  Metforminehydrochloride alleen veroorzaakt geen hypoglykemie, maar men moet oppassen wanneer het in combinatie wordt gebruikt met insuline of andere orale antidiabetica (b.v. sulfonylureumderivaten of meglitiniden). De arts moet de patiënt op de risico's en verschijnselen van lactaatacidose attent maken.

Type-2-diabetes mellitus

  • Bij volwassenen: als monotherapie of in combinatie met andere orale antidiabetica of insuline
  • Bij kinderen vanaf 10 jaar en adolescenten: als monotherapie of in combinatie met insuline

Welke stoffen zitten er in dit middel?

De werkzame stof in dit middel is metformine (als hydrochloride).

Elke 500 mg filmomhulde tablet bevat 500 mg metforminehydrochloride, overeenkomend met 390 mg metformine.

Elke 850 mg filmomhulde tablet bevat 850 mg metforminehydrochloride, overeenkomend met 662,9 mg metformine.

Elke 1000 mg filmomhulde tablet bevat 1000 mg metforminehydrochloride, overeenkomend met 780 mg metformine.

De andere stoffen in dit middel zijn:

Tabletkern: povidon K-30, magnesiumstearaat.

Filmomhulling: hypromellose, hydroxypropylcellulose en macrogol 400 en 8000.

Gebruikt u naast Metformine Viatris nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts. U heeft mogelijk vaker bloedsuiker- en nierfunctietests nodig, of uw arts moet de dosering van Metformine Viatris aanpassen. Het is vooral belangrijk dat u melding maakt van:

 geneesmiddelen die de urineproductie verhogen (diuretica);  geneesmiddelen die gebruikt worden om pijn en ontsteking te behandelen (NSAID's en COX 2-remmers, zoals ibuprofen en celecoxib);  bepaalde geneesmiddelen voor de behandeling van hoge bloeddruk (ACE-remmers en angiotensine II-receptorantagonisten);  bèta-2 agonisten, zoals salbutamol of terbutaline (worden gebruikt bij astma);  corticosteroiden (worden gebruikt om verschillende aandoeningen te behandelen, zoals ernstige ontstekingen van de huid of bij astma);  geneesmiddelen die de hoeveelheid metformine in uw bloed kunnen veranderen, vooral

als uw nierfunctie verminderd is (zoals verapamil, rifampicine, cimetidine, dolutegravir, ranolazine, trimethoprim, vandetanib, isavuconazol, crizotinib, olaparib);  andere geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes.

Als u een injectie in de bloedbaan moet krijgen met een contrastmiddel dat jodium bevat, bijvoorbeeld omdat er een röntgenfoto of een scan gemaakt zal worden, moet u de inname van Metformine Viatris stopzetten voor of op het moment van de injectie. Uw arts zal beslissen wanneer u de behandeling met Metformine Viatris moet stopzetten en weer mag hervatten.

  1. MOGELIJKE BIJWERKINGEN

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

Als u denkt een van de volgende nevenwerkingen te hebben, stop dan onmiddellijk de inname van dit geneesmiddel en ga onmiddellijk naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

Deze bijwerkingen zijn zeer zeldzaam (bij minder dan 1 op 10.000 mensen):

 lactaatacidose. Dit is een zeer zelden voorkomende, maar zeer ernstige bijwerking (zie rubriek "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?"). Lactaatacidose kan tot een coma leiden.

 afwijkende leverfunctietesten of hepatitis (ontsteking van de lever; dit kan vermoeidheid, verlies van eetlust, gewichtsverlies veroorzaken, met of zonder geel kleuren van de huid of et oogwit).

Zeer vaak voorkomende bijwerkingen (bij meer dan 1 op de 10 patiënten)

 spijsverteringsproblemen zoals misselijkheid, braken, diarree, buikpijn en verlies van eetlust. Deze bijwerkingen treden meestal aan het begin van de behandeling met Metformine Viatris op. Het helpt wanneer u de doseringen over de dag verspreid en wanneer u de tabletten tijdens of direct na de maaltijd inneemt. Wanneer de symptomen aanhouden, stop dan met de inname van Metformine Viatris en raadpleeg uw arts.

Vaak voorkomende bijwerkingen (bij minder dan 1 op de 10 patiënten)

 smaakveranderingen;

 afname of lage vitamine B12-gehaltes in het bloed (met onder meer de volgende symptomen: extreme vermoeidheid, een pijnlijke of rode tong (glossitis), een tintelend gevoel (paresthesie) of een bleke of gele huid). Uw arts kan enkele testen laten doen om de oorzaak van uw symptomen te achterhalen, omdat sommige van deze symptomen ook door diabetes kunnen worden veroorzaakt of het gevolg kunnen zijn van andere, niet-gerelateerde gezondheidsproblemen.

Zeer zelden voorkomende bijwerkingen (bij minder dan 1 op de 10.000 patiënten)

 huidreacties, zoals roodheid van de huid (erytheem), jeuk of een jeukende huiduitslag (urticaria).

Kinderen en adolescenten

Uit de beperkte gegevens over het gebruik bij kinderen en adolescenten bleek dat de bijwerkingen hetzelfde waren in aard en ernst als die bij volwassenen.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

• u bent allergisch voor metformine of voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.

• als u leverproblemen heeft;

• als u een ernstig verminderde nierfunctie heeft;

• als u ongecontroleerde diabetes heeft, met bijvoorbeeld ernstige hyperglykemie (hoge bloedsuikerspiegel), misselijkheid, braken, diarree, snel gewichtsverlies, lactaatacidose (zie "Risico op lactaatacidose" hieronder) of ketoacidose. Ketoacidose is een aandoening waarbij de zogenaamde 'ketonlichamen' zich ophopen in het bloed en een diabetisch precoma kunnen veroorzaken. Symptomen zijn maagpijn, snelle en diepe ademhaling, slaperigheid of ontwikkeling van een onnatuurlijk fruitig ruikende adem;

• als u te veel vocht verliest uit uw lichaam (uitdroging), zoals door langdurige of ernstige diarree, of wanneer u een aantal keren achter elkaar heeft overgegeven. Uitdroging kan leiden tot nierproblemen, waardoor u risico loopt op lactaatacidose (zie "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel");

• als u een ernstige infectie heeft, zoals een infectie aan uw longen, luchtwegen of nieren. Ernstige infecties kunnen tot nierproblemen leiden, waardoor u risico loopt op lactaatacidose (zie "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel");

• als u wordt behandeld voor hartfalen, onlangs een hartaanval heeft gehad, ernstige problemen heeft met de bloedsomloop (zoals een shock) of moeilijkheden heeft met ademhalen. Hierdoor kan een tekort aan zuurstof optreden in weefsels, waardoor u risico loopt op lactaatacidose (zie "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel");

• als u veel alcohol drinkt.

Wanneer één van het bovenstaande op u van toepassing is, raadpleeg dan uw arts voordat u start met het innemen van dit geneesmiddel.

Zwangerschap Ongecontroleerde hyperglykemie in the periconceptionele fase en tijdens de zwangerschap wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen, miskramen, door zwangerschap geïnduceerde hypertensie, pre-eclampsie en perinatale sterfte. Het is belangrijk om de bloedglucosespiegels tijdens de zwangerschap zo dicht mogelijk bij de normale waarden te houden om het risico op nadelige hyperglykemie-gerelateerde gevolgen voor de moeder en haar kind te beperken. Metformine passeert de placenta met waarden die even hoog kunnen zijn als de concentraties bij de moeder. Een groot aantal gegevens over zwangere vrouwen (meer dan 1000 blootgestelde uitkomsten) uit een cohortstudie op basis van registers en gepubliceerde gegevens (meta- analyses, klnische studies en registers) wijst niet op een verhoogd risico op congenitale afwijkingen noch feto/neonatale toxiciteit na blootstelling aan metformine in de periconceptionele fase en/of tijdens de zwangerschap. Er is een beperkt en niet doorslaggevend bewijs van het effect van metformine op het lange termijn gewicht van kinderen die in utero zijn blootgesteld. Metformine lijkt geen invloed te hebben op de motorische en sociale ontwikkeling tot de leeftijd van 4 jaar bij kinderen die tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld, hoewel de gegevens over de resultaten op lange termijn beperkt zijn. Indien klinisch noodzakelijk, kan het gebruik van metformine worden overwogen tijdens de zwangerschap en tijdens de periconceptionale fase als aanvulling op of als alternatief voor insuline. Borstvoeding Metforminehydrochloride wordt uitgescheiden in de moedermelk. Er werden geen bijwerkingen waargenomen in met moedermelk gevoede pasgeborenen/zuigelingen. Vermits er slechts beperkte gegevens beschikbaar zijn, is borstvoeding niet aanbevolen tijdens de behandeling met metforminehydrochloride. Er moet een beslissing genomen worden over beëindiging van de borstvoeding, rekening houdend met het voordeel van borstvoeding en het mogelijke risico op bijwerkingen bij het kind. Vruchtbaarheid De vruchtbaarheid van mannelijke of vrouwelijke ratten werd niet beïnvloed door metformine in doses tot 600 mg/kg/dag, wat ongeveer drie keer hoger is dan de maximale dagelijkse aanbevolen dosis voor mensen op basis van vergelijkingen van het lichaamsoppervlak.

Volwassenen

  • Begindosering: 500 of 850 mg, 2 à 3 x/dag
  • Indien nodig stapsgewijs te verhogen tot max. 3 g per dag
  • Begindosering: 500 of 850 mg, 2 of 3 x /dag
  • Insulinedosering aanpassen op basis van bloedglucosespiegelbepalingen

Kinderen > 10 jaar

  • Begindosering: 500 of 850 mg, 1x /dag
  • Indien nodig, stapsgewijs verhogen tot max. 2 g /dag verdeeld over 2-3 doses

Toedieningswijze

  • Tijdens of na de maaltijd
CNK 1539238
Organisaties Viatris
Merken Viatris
Breedte 58 mm
Lengte 129 mm
Diepte 48 mm
Hoeveelheid verpakking 60
Actieve ingrediënten metformine hydrochloride
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)