Nobiretic 5mg/25,0mg Comp 56
Op voorschrift
Geneesmiddel

Nobiretic 5mg/25,0mg Comp 56

  € 16,08

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 3,51 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 2,11 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 16,08
Op bestelling

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Alle waarschuwingen in verband met elke monocomponent, zoals hieronder vermeld, moeten ook toegepast worden op de vaste combinatie van Nobiretic. Zie ook rubriek 4.8. Nebivolol De volgende waarschuwingen en voorzorgen gelden voor bèta-adrenerge antagonisten in het algemeen.  Anaesthesie: Voortzetting van bèta-blokkade reduceert het risico op aritmie tijdens inductie en intubatie. Als bèta-blokkade onderbroken wordt ter voorbereiding op een heelkundige ingreep, dan moet de behandeling met de bèta-adrenerge antagonist minstens 24 uur van tevoren worden stopgezet. De nodige voorzichtigheid is vereist bij het gebruik van bepaalde anaesthetica die myocarddepressie veroorzaken. De patiënt kan tegen vagale reacties worden beschermd door intraveneuze toediening van atropine.  Cardiovasculair: Als algemene regel geldt dat bèta-adrenerge antagonisten niet mogen worden gebruikt bij patiënten met onbehandeld congestief hartfalen, tenzij hun toestand is gestabiliseerd. Bij patiënten met een ischemische hartziekte moet de behandeling met een bèta�adrenerge antagonist geleidelijk worden afgebouwd over een periode van 1 à 2 weken. Indien nodig moet tegelijkertijd een substitutietherapie worden gestart om een mogelijke verergering van angina pectoris te voorkomen. Bèta-adrenerge antagonisten kunnen bradycardie veroorzaken. Als de polsfrequentie in rust tot minder dan 50 à 55 slagen per minuut daalt en/of de patiënt symptomen ervaart die wijzen op bradycardie, dan moet de dosis worden verlaagd. Bèta-adrenerge antagonisten moeten met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt:  bij patiënten met perifere circulatiestoornissen (Raynaud-fenomeen of ziekte van Raynaud, claudicatio intermittens), omdat die stoornissen kunnen verergeren;  bij patiënten met een eerstegraads atrioventriculair blok, omdat bètablokkers een negatief effect hebben op de geleidingssnelheid;  bij patiënten met Prinzmetal-angina tengevolge van ongehinderde vasoconstrictie van de kransslagaders die gemedieerd wordt door de alfa-receptor; bèta-adrenerge antagonisten kunnen de frequentie en de duur van de angina-aanvallen doen stijgen. Combinatie van nebivolol met calciumantagonisten van het type verapamil en diltiazem, met anti-arrhythmica van klasse I, en met centraal werkende antihypertensiva, wordt doorgaans afgeraden. Zie voor details rubriek 4.5.  Metabole en endocriene effecten: Nebivolol heeft geen invloed op de glucosespiegels bij de diabetespatiënt. Toch is bij diabetespatiënten de nodige voorzichtigheid vereist, omdat nebivolol bepaalde symptomen van hypoglykemie (tachycardie, palpitaties) kan maskeren. Bètablokkers kunnen het risico op ernstige hypoglykemie verder verhogen bij gelijktijdig gebruik met sulfonylureumderivaten. Diabetespatiënten moet worden geadviseerd om hun bloedglucosewaarden zorgvuldig te controleren (zie rubriek 4.5). Bèta-adrenerge blokkers kunnen tachycardie maskeren bij hyperthyroïdisme. Plots staken van de behandeling kan de symptomen verergeren.  Respiratoir: Bij patiënten met chronische obstructieve longaandoeningen moeten bèta-adrenerge antagonisten met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt, omdat de luchtwegvernauwing kan toenemen.  Andere: Patiënten met een voorgeschiedenis van psoriasis mogen bèta-adrenerge antagonisten alleen na grondige afweging gebruiken. Bèta-adrenerge antagonisten kunnen de gevoeligheid voor allergenen en de ernst van anafylactische reacties verhogen. Hydrochloorthiazide  Verminderde nierfunctie: Het volledig voordeel van de thiazide diuretica kan alleen verkregen worden als de nierfunctie niet verstoord is. Thiaziden kunnen bij patiënten met een nieraandoening azotemie versterken. Bij patiënten met een verminderde nierfunctie kan deze werkzame stof tot cumulatieve effecten leiden. Als het niet-eiwitgebonden stikstofgehalte stijgt, wat betekent dat de nierfunctie progressief verslechtert, moet de behandeling zorgvuldig worden heroverwogen, en moet worden overwogen de behandeling met het diureticum te staken.  Metabole en endocriene effecten: Behandeling met een thiazide kan tot een verminderde glucosetolerantie leiden. Het kan nodig zijn de dosering van insuline of van orale bloedglucoseverlagende middelen aan te passen (zie rubriek 4.5). Latente diabetes mellitus kan tijdens behandeling met thiaziden manifest worden. Tijdens behandeling met thiazidediuretica kan zich een stijging voordoen van de cholesterol�en triglyceridenspiegels. Bij sommige patiënten kan behandeling met een thiazide leiden tot hyperurikemie en/of jicht.  Verstoring van de elektrolytenbalans: Zoals geldt voor alle patiënten die met een diureticum worden behandeld, moeten op gezette tijden de serumelektrolyten worden bepaald. Thiaziden, en dus ook hydrochloorthiazide, kunnen de water- en elektrolytenbalans verstoren (hypokaliëmie, hyponatriëmie, en hypochloremische alkalose). Tekenen die wijzen op een verstoorde water- en elektrolytenbalans zijn: droge mond, dorst, gevoel van zwakte, lethargie, sufheid, rusteloosheid, spierpijn of kramp, vermoeid gevoel in de spieren, hypotensie, oligurie, tachycardie, en maagdarmklachten, zoals misselijkheid of braken. De kans op hypokaliëmie is het grootst bij patiënten met levercirrose, patiënten met forse diurese, patiënten die onvoldoende elektrolyten binnenkrijgen, en patiënten die gelijktijdig worden behandeld met corticosteroïden of ACTH (zie rubriek 4.5). Patiënten met een syndroom waarbij de QT-tijd is verlengd, hetzij congenitaal, hetzij iatrogeen, hebben in het bijzonder een hoog risico in geval van hypokaliëmie. Hypokaliëmie verhoogt de cardiotoxiciteit van digitalis glycosiden en het risico op hartaritmie. Frequentere controles van de plasmaspiegels van kalium zijn aangewezen bij patiënten met risico op hypokaliëmie; deze monitoring moet gestart worden in de week na het begin van de behandeling. Hyponatriëmie door te sterke verdunning kan tijdens warm weer optreden bij patiënten met oedeem. Een chloridetekort is doorgaans mild en vereist meestal geen behandeling. Thiaziden kunnen de uitscheiding van calcium met de urine verminderen; dit kan leiden tot een periodieke geringe verhoging van het serumcalcium, in afwezigheid van bekende stoornissen van de calciumstofwisseling. Een uitgesproken hypercalciëmie kan een teken zijn van nog niet gediagnostiseerde hyperparathyreoïdie. Voordat de bijschildklierfunctie wordt getest moet de toediening van thiaziden worden gestaakt. Het is aangetoond dat thiaziden de uitscheiding van magnesium met de urine versterken, met mogelijk hypomagnesiëmie als gevolg.  Lupus erythematosus: Verergering of activering van systemische lupus erythematosus is gemeld bij gebruik van thiaziden.  Dopingonderzoek: Het hydrochloorthiazide in dit geneesmiddel kan leiden tot een positieve uitslag van dopingonderzoek.  Overige: Bij patiënten met of zonder allergie of astma bronchiale in de anamnese kunnen zich overgevoeligheidsreacties voordoen. In zeldzame gevallen werden fotosensibiliteitsreacties gerapporteerd met thiazide diuretica (zie rubriek 4.8). Als er fotosensibiliteitsreacties optreden tijdens de behandeling, is het aanbevolen om de behandeling stop te zetten. Als het noodzakelijk wordt geacht om de behandeling opnieuw toe te dienen, is het aanbevolen om de blootgestelde zones te beschermen tegen de zon of tegen kunstmatig UVA-licht.  Proteïnegebonden jodium: Thiaziden kunnen de proteïne gebonden jodiumspiegels verlagen zonder tekens van schildklierstoornissen.  Niet-melanome huidkanker: Er is een verhoogd risico op niet-melanome huidkanker (NMSC) [basaalcelcarcinoom (BCC) en plaveiselcelcarcinoom (SCC)] bij blootstelling aan een toenemende cumulatieve dosis hydrochloorthiazide (HCTZ) waargenomen bij twee epidemiologische onderzoeken op basis van het Deense Nationaal Kankerregister. De fotosensibiliserende werking van HCTZ zou kunnen werken als een mogelijk mechanisme voor NMSC. Patiënten die HCTZ innemen moeten worden geïnformeerd over het risico op NMSC en moeten worden geadviseerd hun huid regelmatig te controleren op nieuwe laesies en verdachte huidlaesies onmiddellijk te melden. Er dienen mogelijke preventieve maatregelen zoals beperkte blootstelling aan zonlicht en uv-stralen en, in het geval van blootstelling, afdoende bescherming aan de patiënten te worden aanbevolen om het risico op huidkanker tot een minimum te beperken. Verdachte huidlaesies moeten onmiddellijk worden onderzocht, mogelijk met inbegrip van histologisch onderzoek van biopsieën. Het gebruik van HCTZ bij patiënten die eerder NMSC hebben gehad moet mogelijk ook worden heroverwogen (zie ook rubriek 4.8).  Choroïdale effusie, acute myopie en secundair nauwe-kamerhoekglaucoom: Sulfonamide of sulfonamidederivaten kunnen een idiosyncratische reactie veroorzaken die leidt tot choroïdale effusie met gezichtsvelddefect, voorbijgaande myopie en acuut nauwe�kamerhoekglaucoom. Symptomen zijn onder meer acute verminderde gezichtsscherpte of oogpijn en deze treden meestal op binnen enkele uren tot weken na de opstart van het geneesmiddel. Onbehandeld acuut nauwe-kamerhoekglaucoom kan leiden tot permanent verlies van het gezichtsvermogen. De primaire behandeling bestaat erin om inname van het geneesmiddel zo snel mogelijk stop te zetten. Snelle medische of chirurgische behandelingen moeten worden overwogen als de intra-oculaire druk ongecontroleerd blijft. Risicofactoren voor het ontwikkelen van acuut nauwe-kamerhoekglaucoom kan een voorgeschiedenis van sulfonamide of penicilline-allergie omvatten.  Acute respiratoire toxiciteit Er zijn zeer zeldzame ernstige gevallen van acute respiratoire toxiciteit, waaronder 'acute respiratory distress'-syndroom (ARDS), gemeld na inname van hydrochloorthiazide. Longoedeem ontwikkelt zich doorgaans binnen minuten tot uren na inname van hydrochloorthiazide. Bij aanvang omvatten de symptomen dyspneu, koorts, verslechtering van de longfunctie en hypotensie. Als de diagnose ARDS wordt vermoed, dient de behandeling met Nobiretic te worden gestaakt en een passende behandeling te worden gegeven. Hydrochloorthiazide mag niet worden toegediend aan patiënten bij wie eerder ARDS optrad na inname van hydrochloorthiazide. Combinatie nebivolol/hydrochloorthiazide Naast de waarschuwingen in verband met de monocomponenten, zijn de volgende waarschuwingen specifiek van toepassing op Nobiretic:  Galactose-intolerantie, Lapp-lactase deficiëntie, glucose-galactose malabsorptie: Dit geneesmiddel bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose�intolerantie, Lapp-lactase deficiëntie of glucose-galactose malabsorptie mogen dit geneesmiddel niet gebruiken.  Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per filmomhulde tablet, d.w.z. dat het in wezen 'natrium-vrij' is.

Essentiële hypertensie

De werkzame stoffen in dit middel zijn nebivolol en hydrochloorthiazide. Elke tablet bevat 5 mg nebivolol (als nebivololhydrochloride: 2,5 mg d-nebivolol en 2,5 mg l-nebivolol) en 25 mg hydrochloorthiazide

  • De andere stoffen in dit middel zijn:  tabletkern: lactosemonohydraat, polysorbaat 80 (E433), hypromellose (E464), maïszetmeel, natriumcroscarmellose (E468), microkristallijne cellulose (E460(i)), watervrij colloïdaal siliciumdioxide (E551), magnesiumstearaat (E470b)

 omhulling: macrogol 40 stearaat Type I (E431), titaniumdioxide (E171), karmijnen (karmijnzuur aluminiumlak, E120), hypromellose (E464), microkristallijne cellulose (E460(i)).

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen? Gebruikt u naast Nobiretic nog andere geneesmiddelen of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.

Informeer uw arts in elk geval altijd als u naast Nobiretic een van de volgende geneesmiddelen inneemt of zou kunnen innemen:  Geneesmiddelen die, zoals Nobiretic, een invloed kunnen hebben op de bloeddruk en/of de hartfunctie:  Geneesmiddelen die worden gebruikt om hoge bloeddruk of andere hartproblemen te behandelen (zoals amiodarone, amlodipine, cibenzoline, clonidine, digoxine, diltiazem, disopyramide, dofetilide, felodipine, flecainide, guanfacin, hydroquinidine, ibutilide, lacidipine, lidocaine, mexiletine, methyldopa, moxonidine, nicardipine, nifedipine, nimodipine, nitrendipine, propafenone, quinidine, rilmenidine, sotalol, verapamil)

 Geneesmiddelen die kalmeren en geneesmiddelen voor psychose (een mentale ziekte) bv. amisulpiride, barbituraten (ook gebruikt voor epilepsie), chloorpromazine, cyamemazine, droperidol, haloperidol, levomepromazine, narcotica, fenothiazine (ook gebruikt voor braken en misselijkheid), pimozide, sulpiride, sultopride, thioridazine, tiapride, trifluoperazine

 Geneesmiddelen tegen depressie, bv. amitriptyline, fluoxetine, paroxetine  Geneesmiddelen die gebruikt worden voor anesthesie tijdens een operatie  Geneesmiddelen tegen astma, verstopte neus of bepaalde oogaandoeningen zoals glaucoom (verhoogde druk in het oog), of om de pupil te verwijden.  Baclofen (een spierverslapper)  Amifostine (een beschermend geneesmiddel gebruikt gedurende een kankerbehandeling).

 Geneesmiddelen waarvan het effect of de toxiciteit verhoogd kan zijn door Nobiretic:  Lithium, gebruikt als stemmingsstabilisator  Cisapride (gebruikt voor spijsverteringsproblemen)  Bepridil (gebruikt voor angina)  Diphemanil (gebruikt voor overdreven zweten)  Geneesmiddelen gebruikt voor infecties: erythromycine toegediend via infuus of injectie, pentamidine en sparfloxacine, amfotericine en natrium penicilline G, halofantrine (gebruikt voor malaria)

 Vincamine (gebruikt voor problemen met de hersencirculatie)  Mizolastine en terfenadine (gebruikt voor allergie)  Diuretica (plasmiddelen) en laxeermiddelen  Geneesmiddelen gebruikt om acute ontstekingen te behandelen: steroïden (bv. cortison en prednison), ACTH (adrenocorticotroop hormoon) en geneesmiddelen afgeleid van salicylzuur (bv. acetylsalicylzuur/aspirine en andere salicylaten)

 Carbenoxolon (gebruikt voor zure oprispingen en maagzweren)  Calciumzouten, gebruikt als supplementen voor de gezondheid van het bot  Geneesmiddelen gebruikt om de spieren te ontspannen (bv. tubocurarine)  Diaxozide, gebruikt om een lage bloedsuiker en een hoge bloeddruk te behandelen  Amantadine, een antiviraal geneesmiddel  Ciclosporine, gebruikt om de immuunrespons van het lichaam te onderdrukken  Joodhoudende contraststoffen, gebruikt voor contrast in X-stralen scans  Geneesmiddelen tegen kanker (bv. cyclofosfamide, fluorouracil, methotrexaat)

 Geneesmiddelen waarvan het effect kan verminderd zijn door Nobiretic:  Bloedsuikerverlagende geneesmiddelen (insuline en orale antidiabetica, metformine)  Geneesmiddelen voor jicht (bv. allopurinol, probenecid en sulfinpyrazon)  Geneesmiddelen zoals noradrenaline, gebruikt om een lage bloeddruk of een laag hartritme te behandelen  Geneesmiddelen tegen pijn en ontsteking (niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen), aangezien ze het bloeddrukverlagend effect van Nobiretic kunnen verminderen

  1. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

De volgende bijwerkingen werden gerapporteerd met nebivolol:

Vaak voorkomend (kunnen optreden bij tot 1 op de 10 mensen): - hoofdpijn - duizeligheid - vermoeidheid - een ongewoon brandend, prikkelend, kriebelend of tintelend gevoel - diarree - verstopping (constipatie) - misselijkheid - kortademigheid - gezwollen handen of voeten.

Soms voorkomend (kunnen optreden bij tot 1 op de 100 mensen): - trage hartslag of andere hartklachten - lage bloeddruk - kramp in de benen tijdens het wandelen - abnormaal zicht - impotentie - depressiviteit - spijsverteringsmoeilijkheden, gasvorming in maag of darmen, braken - huiduitslag, jeuk - ademnood zoals bij astma, te wijten aan bruuske krampen in de spieren rond de luchtwegen (bronchospasme) - nachtmerries.

Zeer zelden voorkomend (kunnen optreden bij tot 1 op de 10.000 mensen): - flauwvallen - verergering van psoriasis (een huidziekte gekenmerkt door schilferende, rozige plekken).

De volgende bijwerkingen zijn slechts in enkele geïsoleerde gevallen gemeld: - allergische reacties over het gehele lichaam, met algemene huiduitslag (overgevoeligheidsreacties); - snel optredend opzwellen, vooral rond de lippen, ogen, of van de tong met eventueel plotse ademhalingsmoeilijkheden (angio-oedeem); - een soort huiduitslag met rode, verdikte, jeukende bulten van allergische of niet- allergische aard (urticaria).

De volgende bijwerkingen werden gerapporteerd met hydrochloorthiazide:

Frequentie 'niet bekend': Huid- en lipkanker (niet-melanome huidkanker).

Allergische reacties - allergische reacties over gans het lichaam (anafylactische reactie)

Hart en bloedsomloop - hartritmestoornissen, hartkloppingen - veranderingen in het elektrocardiogram (een ECG) - plots flauwvallen bij rechtstaan, vorming van bloedklonters in de venen (thrombose) en embolie, circulatoire collaps (shock)

Bloed - veranderingen in het aantal bloedcellen zoals: daling van het aantal witte bloedcellen, daling van het aantal plaatjes, daling van het aantal rode bloedcellen; verstoorde productie van nieuwe bloedcellen door het beenmerg

  • verstoorde spiegels van lichaamsvloeistoffen (dehydratatie) en chemische stoffen in het bloed, in het bijzonder gedaald kalium, gedaald natrium, gedaald magnesium, gedaald chloor en gestegen calcium

  • gestegen urinezuurspiegels, jicht, gestegen bloedglucose, diabetes, metabole alkalose (een stoornis van het metabolisme), gestegen bloedspiegels van cholesterol en/of triglyceriden

Maag en darmen - verlies van eetlust, droge mond, misselijkheid, braken, last van de maag, buikpijn,

diarree, minder beweeglijke darmen (constipatie), verlamming van de darmen (paralytische ileus), winderigheid

  • ontsteking van de speekselklieren, ontsteking van de alvleesklier, gestegen bloedspiegel van amylase (een pancreasenzym)

  • gele verkleuring van de huid (geelzucht), ontsteking van de galblaas

Borst - moeilijke ademhaling (ademnood), longontsteking (pneumonitis), vorming van fibreus weefsel in de longen (interstitieel longlijden), vochtophoping in de longen (longoedeem) - frequentie 'zeer zelden': opeens ademnood krijgen (klachten omvatten ernstige kortademigheid, koorts, zwakte en verwardheid).

- Overgevoeligheid voor de werkzame stoffenof voor één van de in "Samenstelling". vermelde hulpstoffen.
- Overgevoeligheid voor andere sulfonamidederivaten (aangezien hydrochloorthiazide een sulfonamidederivaat is).
- Stoornissen van de leverfunctie of leverinsufficiëntie.
- Anurie, ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring - Acuut hartfalen, cardiogene shock of episodes van decompensatie van hartfalen waarvoor een inotrope behandeling noodzakelijk is.
- "Sick sinus"-syndroom, inclusief sino-atriaal blok.
- Tweede- en derdegraads atrioventriculair blok (zonder pacemaker).
- Bradycardie (hartfrequentie lager dan 60 slagen/minuut vóór het begin van de behandeling).
- Hypotensie (systolische bloeddruk - Ernstige perifere circulatiestoornissen.
- Voorgeschiedenis van bronchospasme en astma bronchiale.
- Onbehandeld feochromocytoom.
- Metabole acidose.
- Refractaire hypokaliëmie, hypercalcemie, hyponatriëmie en symptomatische hyperurikemie

Zwangerschap Er bestaan geen toereikende gegevens over het gebruik van Nobiretic bij zwangere vrouwen. Er is onvoldoende experimenteel onderzoek bij dieren gedaan met de twee individuele componenten naar de effecten van de combinatie van nebivolol en hydrochloorthiazide op de reproductie (zie rubriek 5.3). Nebivolol Er bestaan onvoldoende gegevens over het gebruik van nebivolol tijdens de zwangerschap bij de mens om zijn potentiële schadelijkheid te bepalen. Echter, nebivolol heeft farmacologische effecten die schadelijk kunnen zijn voor de zwangerschap en/of de foetus/pasgeborene. In het algemeen verminderen bètablokkers de placentaire perfusie, hetgeen kan leiden tot groeiachterstand, intra-uteriene dood, abortus of voortijdige bevalling. Voorts kunnen er bijwerkingen (met name hypoglykemie en bradycardie) bij de foetus en de pasgeborene optreden. Indien behandeling met bètablokkers noodzakelijk is moet bij voorkeur voor een bèta1-selectieve blokker worden gekozen. Nebivolol dient uitsluitend tijdens de zwangerschap te worden gebruikt indien werkelijk noodzakelijk. Als gebruik van nebivolol noodzakelijk wordt geacht, moeten de doorbloeding van de uterus en de placenta en de groei van de foetus met zorg worden gecontroleerd. Verandering van de behandeling moet worden overwogen als er schadelijke effecten op zwangerschap en de foetus zijn. De pasgeboren zuigeling moet zorgvuldig worden gecontroleerd. Symptomen van hypoglykemie en bradycardie zijn in het algemeen binnen de eerste 3 dagen te verwachten. Hydrochloorthiazide Er is slechts beperkte ervaring met het gebruik van hydrochloorthiazide tijdens de zwangerschap, met name in het eerste trimester. Experimenteel onderzoek bij dieren is niet toereikend. Hydrochloorthiazide passeert de placenta. Op basis van de farmacologische werkzaamheid van hydrochloorthiazide kan het gebruik hiervan tijdens het tweede en derde trimester de foetoplacentaire perfusie verstoren en leiden tot foetale en neonatale effecten zoals icterus, verstoring van de elektrolytenbalans en trombocytopenie. Hydrochloorthiazide mag niet worden gebruikt voor zwangerschapsoedeem, zwangerschapshypertensie of pre-eclampsie gezien het risico op verminderd plasmavolume en placentaire hypoperfusie, terwijl het geen positieve invloed op het ziekteverloop heeft. Hydrochloorthiazide mag niet worden gebruikt voor essentiële hypertensie bij zwangere vrouwen, behalve in het zeldzame geval dat er geen andere behandeling mogelijk is. Borstvoeding Het is onbekend of nebivolol wordt uitgescheiden in de moedermelk bij de mens. Dierstudies hebben aangetoond dat nebivolol wordt uitgescheiden in de moedermelk. De meeste bètablokkers, vooral lipofiele stoffen als nebivolol en zijn actieve metabolieten, worden in de moedermelk uitgescheiden, alhoewel de precieze hoeveelheid kan variëren. Hydrochloorthiazide wordt in kleine hoeveelheden uitgescheiden in de moedermelk bij de mens. Grote hoeveelheden thiaziden veroorzaken intense diurese en kunnen de melkproductie verminderen. Het gebruik van Nobiretic tijdens de borstvoeding wordt niet aangeraden. Als Nobiretic gebruikt wordt tijdens de borstvoeding, dan moeten de doses zo laag mogelijk gehouden worden.

Volwassenen vanaf 18 jaar

Toedieningswijze

CNK 2661577
Organisaties Menarini
Merken Menarini
Breedte 43 mm
Lengte 101 mm
Diepte 32 mm
Hoeveelheid verpakking 56
Actieve ingrediënten hydrochloorthiazide, nebivolol hydrochloride
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)